Herkomst
TRC

Geschiedenis
Wie dit diertje voor de eerste maal ziet, is geneigd te denken aan een droef uit­ziende Pekinees, doch dit glad harige sierlijke hondje met zijn zijdeachtige vacht, rijk bevederd aan de oorspitsen, pootjes en een mooie volle kraag, is een typische gezelschapshond.
Zijn eveneens mooie pluimstaart wordt vrolijk over de rug gedra­gen.
De Tibetaanse Spaniël kan mede gerekend worden tot de oudste der gezelschapshonden. In Tibet zelf werden deze hondjes in dorpsgemeenschap gehouden. Slechts de klein­ste en mooiste exemplaren kwamen, als bijzondere gaven, in de kloosters terecht. Hier werden zij door inkruising met chinese honden deelsgewijze veredeld.
De benaming "Gebedshond" (prayer dog") berust ogenschijnlijk op een legende, die verhaalt dat deze diertjes door de Tibetaanse monniken afgericht werden om de ge­bedsmolentjes draaiende te houden, een ritus toebehorend aan het Tibetaanse geloof.
Zijn rol als huis -en waakhond schijnt hem reeds eeuwenlang op het lijf geschreven te zijn, hoewel hij een typisch gezelschapshondje gebleven is.
Hij heeft een vrolijk karakter, is zeer intelligent, doch terughoudend tegenover vreemden, maar uitgesproken trouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beknopte rasbeschrijving van de Tibetan Spaniël
Algemene omschrijving: klein, actief en waaks. Goed geproportioneerd. Lengte van het lichaam is lichtjes superieur aan de schofthoogte.
Karakter: Vrolijk en zelfzeker, intelligent doch terughoudend tegenover vreemden.
Hoofd en schedel: Hoofd is kleiner in verhouding tot het lichaam, fier gedragen. Bij de reuen echt mannelijk, echter niet te fors. Neuslengte en schedelbasis hebben dezelfde afmetingen. Schedel lichtjes gebogen. Neus zwart.
Ogen: Donker, ovaal en zeer expressief, ver uiteenstaand, oogomranding zwart.
Oren: Middelmatige grootte, afhangend goed bevederd, hoog aangezet.
Tanden: Licht voorbijtend, netjes op een rij. Als de mond gesloten is mogen geen tanden of tong te zien zijn. Volledig gebit is wenselijk.
Rug: Middelmatig kort en stevig. In de flanken is de beharing langer, meer uitge­sproken bij de reuen dan de teven.
Voorhand: Middelmatig beendergestel. Schouderpartij goed geplaatst in schuine lijn.
Lichaam: Lengte van het lichaam van schouder tot staartaanzet is ietsje langer dan de schofthoogte. Rechte rug.
Achterhand: Goed ontwikkeld en stevig, gelijklopend, licht aangezet spronggewricht.
Voeten: Hazevoeten, klein en zindelijk waarbij de haren tussen de tenen voorbij de poten mag komen. Ronde kattevoeten is foutief.
Staart: Hoog aangezet, goed bevederd en vrolijk krullend over de rug gedragen. Stil­staand de staart omlaag mag niet bestraft worden.
Gangwerk: Levendig en energiek.
Vacht: Zijdeachtige structuur, waarbij op de binnenzijde van voor en achterpootjes iets langer is, ondervacht fijn en zacht. Oren eveneens voorzien van franjes.
Kleuren: Alle kleuren zijn toegelaten.
Gewicht en maat: Ideaal gewicht is tussen de 4 en de 7 kg. Schofthoogte ± 26 cm.
Fouten: Al wat niet aan bovenvernoemde punten beantwoord. Alle afwijkingen in ver­band met voorgaande dienen als foutief te worden aanzien en zullen bestraft worden in functie van hun ernst.

NB : Reuen moeten beide testikels, afgedaald in het scrotum, bezitten.

 

Terug naar begin Pagina

Tibetaanse Spaniel
Tibetaanse Spaniel
Terug naar vorige paginaDe Lhasa ApsoDe Tibetan terrierDe Shih TzuDe Tibetaanse MastiffDe Tibetaanse Spaniel
Voor Nederlandse tekst klik hierGa naar Facebook pagina