Herkomst
TRC

Geschiedenis:

De Tibetan Terriër of Tibetaanse Terriër is een stevige, middelgrote ruige hond, die men tegenkomt in een grote variëteit aan kleuren zoals diepzwart, wit, zilver, crème, diep goud, zandkleur, twee of driekleurig en meerkleurige combinaties.
Hij is klein genoeg om comfortabel op een appartement te wonen, doch groot genoeg om te genieten van een stevige wandeling of een flinke stoeipartij met de kinderen.
In hun geboorteland Tibet, waar ze altijd dicht bij de bevolking leefden, werden zij "Kleine mensjes" genoemd. Heden kennen wij hen beter als de Tibetaan of T.T.
Vroeger in de tijd stond hij, al naar gelang waar hij werd opgemerkt, ook bekend als de: Bhutan Terriër, Himalaya herdershond, Kashmir Terriër, Shantung Terriër, Sheep dog (Schapenhond) enz...
Wat het meest opvalt bij de T.T. is een lange vacht, lichtjes gegolfd die hem van de neus tot de staartpunt bedekt. De zware vacht beschermt hem tegen strenge winters in hun thuisland waar temperaturen ver onder het nulpunt kunnen dalen, gedurende eindeloze weken.
Lange stevige wimpers houden net het haar uit hun ogen en de overvloedige vacht beschermt hem ook tegen sneeuwblindheid in de winter en tegen opstuivend zand of stof in de zomer.
De vacht heeft geen geur en verharen is echt minimaal.

 

 

 

 

 

 

 

 



Beknopte beschrijving rasstandaard

Robuust, middelmatige grootte, lange vacht, omschreven als vierkant. Vastbera­den uitdrukking.
zeer opgewekt, goedgeaard. Trouwe gezelschapshond.
hoofd moet goed behaard zijn met gemarkeerde stop (einde neus tot tussen de ogen),echter niet te overdreven.
Hoofdverhoudingen: van top van de neus tot aan de stop, moet gelijk zijn met de tussen de ogen tot aan de schedelbasis. Neus bij voorkeur zwart.
Ogen: groot en donker, niet diepliggend maar ook niet uitpuilend, wijd uit elkaar staand, goed gepigmenteerd.
Oren: afhangend V-vormig, niet te dicht tegen het hoofd gedragen, goed behaard
Gebit: scharend of omgekeerd scharend.
Voorbenen: recht en gelijklopend, goed behaard. Goed gebogen schouder.
Lichaam: goed gespierd, compact en krachtig. Lengte van de schouder tot de staartaanzet is gelijk aan de schofthoogte. Goed gewelfde ribben naar achter iets vernauwend met horizontaal kruis.
Achterhand: weelderig behaard, laag aangezet spronggewricht.
Voeten: moeten groot en rond zijn met goede beharing tussen de tenen en voet­kussentjes. In stand moet de hond stevig op de voetzolen staan.
Staart : van middelmatige lengte, hoog aangezet en vrolijk krullend over de rug gedragen. Goed behaard, soms is er een knik aan het uiteinde waar te nemen.
Gangwerk:gelijklopend, krachtig en stuwend gangwerk, waarbij achterhand en voorbenen een spoor moeten volgen.
Vacht: dubbele vacht met een fijne wollige ondervacht. Dekharen stevig, fijn doch niet zijdeachtig of wollig. Lang sluik of gegolfd echter niet gekruld.
Kleur: alle kleuren zijn toegelaten uitgezonderd de chocolade of leverkleur.
Maat: ideale maten zijn tussen de 35,5 en de 41 cm schofthoogte. Teven ietsje kleiner.
Fouten: al wat niet beantwoord aan de rasstandaard zal bestraft worden al naar gelang de ernst ervan.
NB : Reuen moeten beide testikels, afgedaald in het scrotum, bezitten.

 

Terug naar begin Pagina

Tibetaanse Terrier
Tibetaanse Terriers
Terug naar vorige paginaDe Lhasa ApsoDe Tibetan terrierDe Shih TzuDe Tibetaanse MastiffDe Tibetaanse Spaniel
Voor Nederlandse tekst klik hierGa naar Facebook pagina